16 september2016 Jubileumcongres over het samenwerkingsverband ICT in Noord-Nederland in de zorg.

SOLA CongresBuro heeft in opdracht van Gerrit het jubileumcongres georganiseerd.

Jubileumcongres:
Twintig jaar zorginnovatie:
wat staat ons nog meer te wachten?
16 september, Drachten

 

Kijk op de toekomst tijdens Jubileumcongres

Twintig jaar na oprichting kan Stichting GERRIT terugkijken op veel regionale zorginnovaties. Maar wat staat de zorg de komende jaren nog te wachten? Deze vraag stond centraal op het feestelijke jubileumcongres dat vrijdag 16 september plaatsvond in De Lawei in Drachten.
Terwijl de genodigden een plek uitzoeken in de kleine zaal van De Lawei, klinkt het lied Lemon Tree uit de speakers. Dat is geen toevalligheid, zo licht Wim Hodes, directeur van GERRIT, toe tijdens zijn welkomstwoord. Het is een lied waarmee Fool’s Garden in 1996 de internationale hitlijsten bestormde. Toch klinkt het nummer nog steeds als een hedendaagse hit. Daarmee vormt het lied een contrast met de zorg, met name het ICT gebruik binnen de zorg. Anno 2016 is het amper meer voor te stellen hoe sommige dingen gingen in 1996. Alles werd nog op papier vastgelegd en uitgewisseld. De communicatie ging totaal anders dan nu. De eerste smartphone zou nog 11 jaar op zich laten wachten.

‘Watson overtreft beste artsen’
De eerste veranderingen gingen nog relatief langzaam, maar ontwikkelingen in de zorg volgen elkaar in een steeds hoger tempo op, geeft Hodes aan, en tijdens het jubileumcongres wordt dit uitgebreid geïllustreerd. Onder leiding van dagvoorzitter Frank du Mosch geven verschillende specialisten hun kijk hierop. Nicky Hekster, technical leader healthcare bij IBM Benelux, begint al gelijk met een opvallende bewering: “Eén maand na je studie geneeskunde loop je al achter”, stelt hij. En die achterstand neemt volgens hem alleen maar toe: “Elke veertig seconden verschijnen nieuwe artikelen op PubMed. Dat terwijl tachtig procent van de professionals maar vijf uur per maand heeft om al die artikelen te lezen.”

Een uitvinding die geen last blijkt te hebben van kennisachterstand, is IBM’s Dr. Watson. Ruim dertig jaar is gewerkt aan de ontwikkeling van deze slimme computer, die volgens Hekster nu te boek staat als een waardevol maatje voor researches. Dr. Watson kan namelijk vierentwintig uur per dag alle informatie omtrent een bepaald onderwerp verzamelen, inclusief teksten zoals die via social media worden verspreid. Hij kan die teksten zelf interpreteren en verbanden leggen. Dit helpt in het stellen van diagnoses, en zelfs in het identificeren van risicopatiënten. “We hebben de IBM Watson Oncologie ontwikkeld en daar alle kennis over kanker ingestopt. Hij heeft het in 98 procent van de gevallen goed en overtreft daarmee de beste artsen.”

Dr. Watson kan in de toekomst op allerlei manieren van toegevoegde waarde zijn binnen de zorg, stelt Hekster. Het succes hangt echter wel af van hoeveel gegevens het tot zich kan nemen. IBM heeft inmiddels verschillende bedrijven opgekocht met al hun data waarmee Watson kan worden ‘gevoerd’. En zoals gezegd dienen ook de sociale media als bron. Dan komt al snel het vraagstuk van privacy om de hoek kijken, zo merkt een van de toehoorders op. Hoe zit het daarmee? Volgens Hekster is dat geen zorgenpunt: alle data wordt veilig opgeslagen in Amerikaanse datacenters die door Nederland zijn geaccordeerd.

‘Storm op komst’
Dr. Watson heeft zijn entree in Amerika al gemaakt. Eerder dit jaar is een intentieverklaring onder-tekend om ook een Watson Oncology voor Nederland te ontwikkelen. Maar er gaat de komende jaren nog meer gebeuren, zo verwacht futuroloog en econoom Peter van der Wel. Zo zijn bots (computerprogramma’s die menselijke taken uitvoeren) in 2025 sterk vertegenwoordigd in onze levens. “Een bot als privé lijfarts bijvoorbeeld, die op basis van gegevens die hij via wearables van jou ontvangt, jou belt en zegt: over twee uur krijg je een hartaanval.”

Organen printen met een eigen DNA: het kan al, maar volgens Van der Wel weten we in 2025 niet beter meer. En het is ook niet ondenkbaar dat er in 2030 nano-robotjes in het lichaam kunnen worden geïnjecteerd die bepaalde aandoeningen uit het lichaam kunnen verwijderen. Hij geeft aan dat de eerste mensen die dankzij toekomstige innovaties het eeuwige leven hebben, mogelijk al op deze aardkloot rondlopen. Dit alles klinkt misschien als science fiction, maar, zo zegt Van der Wel: “We moeten meer geloven in het onmogelijke”.

‘We zitten in ouderwets systeem’
Prof. dr. Hans Nijman, hoogleraar gynaecologische oncologie en immunotherapie bij het UMCG, staat niet afkeurend tegenover de te verwachten innovaties. Zelfs als patiënten zelf door wearables en andere gadgets in de toekomst bij hem aankloppen en met zekerheid kunnen zeggen ‘ik heb deze ziekte’, zou hij dat geweldig vinden. Er is volgens hem echter één belangrijk aspect dat specialisten in de zorg niet uit het oog mogen verliezen: de menselijke maat.

“We kunnen in de toekomst steeds meer, maar wat wil de patiënt eigenlijk? Wil hij wel behandeld worden tegen kanker, of denkt hij: ik ben al op zo’n leeftijd dat ik in deze laatste fase liever kwaliteit van leven heb in plaats van chemokuren?” De maakbaarheid van de mens, moeten we dat eigenlijk wel willen? vraagt hij zich verder af.

Los hiervan ervaart hij dat er nog heel veel niet mogelijk is in de zorg, zoals het delen van patiëntengegevens. “Hoe zorgen we ervoor dat mensen het gevoel krijgen dat ze state of the artzorg krijgen? Ik denk dat dit kan door te netwerken, door samen te werken. Je wilt dat bij alle betrokken partijen alles bekend is van de patiënt, en dat lijkt simpel maar we zitten nog in het    ouderwetse systeem. Dat komt door de praktijk van alledag.”

Daarmee stipt Nijman iets aan dat voor menig toehoorder in de zaal herkenbaar is, zo blijkt uit de commentaren uit het publiek. De stroperigheid waarmee nieuwe ontwikkelingen worden doorgevoerd ervaren verschillende als vervelend. Gert-Jan van Boven, veranderingsmanager en directeur van Dutch Hospital Data, geeft aan dat iets pas een innovatie is als het de praktijk verandert, het vereist dus implementatie. Klinkt eenvoudig, maar in de praktijk valt dat nog niet mee. Volgens hem moeten bedrijven niet vernieuwingen van bovenaf invoeren, want dat werkt niet goed. Ze moeten zorgen dat mensen die ene innovatie echt willen. “Je moet je droom delen”, zegt hij. “Zorgen dat mensen ernaar gaan verlangen.”

Perfect storm op komst
Ook volgens Van der Wel loopt de implementatie van innovaties vooral vertraging op door instituties. Hekster geeft aan dat de conservatieve context veranderingen lastig maakt. “Afgestudeerde jongeren gaan ergens werken met de nieuwste kennis op zak, en krijgen van de baas te horen: zo werken we hier niet.” Wim Hodes ziet dit liever ook anders. Tegelijk kan hij het wel begrijpen: “Je wordt als bedrijf afgerekend op wat je nu doet. Het is alleen maar resultaat dat geldt, vanuit je huidige rol.”
Volgens Van der Wel is de zorg rijp voor disruptie, en hij rekent erop dat die er komt vanuit de startups in Nederland. “Mensen organiseren zich buiten de grote organisaties om en brengen op die manier vernieuwing op gang.” En dan is er volgens hem ook nog een ‘perfect storm’ op komst: verschillende innovaties die elkaar gaan versterken. Big data, 3D-printers, miniaturisatie; dit soort innovaties maken het voor consumenten mogelijk om, zoals hij zegt, “de zorg over te nemen van onderen af”. Ook Hekster verwacht dat ‘de burger’ een belangrijke speler is met oog op innovaties in de zorg. “Het moet uit de massa komen, dan pas kunnen dingen veranderen.”

Tekst: Martine van der Linden (www.martinevanderlinden.nl) in opdracht van GERRIT.

Meer over Frank du Mosch